If you arrived at this page by using a link or bookmark for anarcha.org, please update to this url and/or inform the referring page host of the update. Thanks!

How to use this site:
1. Browse through the alphabetical list of posts
2. Use the labels/tags to find pieces on specific topics.
3. Use the search feature for specific items of interest.
4. Browse through zines, books, and other printable items by using the PDF tag.
5. Check out the popular lists to see what others are reading.
6. For updates, bookmark this page and return often, follow, subscribe (by email or other- see below), or friend on facebook and/or tumblr.
7. Check out the other pages for more links, information, and ways to contribute.
8. Comment, and email me your own writings!

Article List

Thursday, October 14, 2010

Anarcha-feminisme: Waarom Anarcha + Feminisme?

http://tweedesekse.wordpress.com/2009/08/15/anarcha-feminisme-waarom-anarcha-feminisme/

Deze tekst over anarcha-feminisme is een eerste deel van een reeks over verschillende soorten feminisme op deze blog. Andere feminismes die aan bod zullen komen zijn onder andere radicaal feminisme, socialistisch feminisme, derde golf feminisme en transfeminisme.

Anarcha-feminisme kan eenvoudigweg omschreven worden als anarchistisch feminisme of feministisch anarchisme. Waarom die combinatie: anarcha + feminisme? Waarom is alleen anarchisme voor zelfverklaarde anarcha-feministes [1] niet genoeg? En waarom voldoet de term feminisme voor hen ook niet altijd? Dat zullen we dadelijk bekijken.

Zelf kwam ik eerst in contact met feminisme en later pas met anarchisme. Wat feminisme betekende was vanaf het begin al duidelijk voor me. Ik heb er nooit vooroordelen over gehad of negatieve connotaties aan verbonden. Natuurlijk is mijn kennis en affiniteit met feminisme ondertussen wel gegroeid, maar het is voor mij altijd heel logisch geweest om mezelf feministe te noemen en het feminisme als iets positiefs te zien. Bij anarchisme lag dat anders. Ik ging er van uit dat anarchisme en anarchie gelijk stond aan chaos en destructie. En daar zag ik niet echt het nut van in. Het was dan ook een beetje verwarrend toen ik zelfverklaarde anarchistes heel leuke projecten zag opstarten zoals volxkeukens, weggeefwinkels, DIY festivals en acties voor een betere wereld. Waarom noemden zij zich anarchist? In de geschiedenisles had ik immers heel andere verhalen gehoord over anarchie dan wat ik om me heen zag. Ik moest mijn ideeën over anarchisme dus heel wat bijschaven en begon me er steeds meer in te vinden.


Er bestaan heel wat definities van feminisme en uiteenlopende feministische stromingen. Vandaar dat het ook van belang is om een reeks van soorten feminismes samen te stellen op deze blog. Ik kan me vinden in verschillende definities die ik al ben tegengekomen waaronder: feminisme is een beweging tegen seksisme, seksistische uitbuiting en onderdrukking (bell hooks) en feminisme is de verzetsbeweging tegen het patriarchaat (zoals Tikara het hier op deze blog al omschreven heeft in de tekst over onderdrukking). Het gaat er dus om dat feminisme een theorie en een praktijk en een sociale beweging is die strijdt tegen dominantie en onderdrukking op basis van gender en sekse en voor gelijkheid. Anarchistes zijn ook tegen onderdrukking en hiërarchie. Anarchie betekent letterlijk “afwezigheid van gezag”. Anarchisten willen een samenleving zonder dwang en authoriteit. In de plaats zien ze een wereld waarin mensen op gelijke hoogte samenleven in vrijheid en wederzijdse samenwerking.

De principes, ideeën en praktijken van anarchisme en feminisme vertonen heel wat gelijkenissen. Ze hebben mekaar ook beïnvloed doorheen de geschiedenis en nog steeds kunnen beide stromingen van elkaar leren. In het volgende stuk ga ik verder ingaan op die gelijkenissen.
1. Anarcha = Femi?
Het is opvallend dat in veel teksten uit de tweede feministische golf (jaren 1960 tot 1980) wordt opgemerkt hoe anarchistisch de feministische beweging eigenlijk is. Anarchistische vrouwen die actief waren tijdens de tweede golf wezen op het feit dat de collectieven, actiegroepen en conscious-raising groups van de toenmalige women’s liberation movement kenmerken hadden die als anarchistisch beschouwd kunnen worden.

In de anarchistische beweging gaat/ging het immers om het vernietigen of breken van machtsstructuren, iets waar feministes ook mee bezig waren. In de praktijk probeerden zowel anarchistes en feministes op niet-hiërarchische manieren in groep samen te werken (wat helaas soms makkelijker gezegd was dan gedaan, maar het werd tenminste geprobeerd). Feministes streden tegen mannelijke dominantie en anarchistes tegen de dominantie van de staat, de kerk en de burgerij.

Merk de gelijkenis op tussen de idealen/principes van de Franse revolutie: “liberté, égalité et fraternité”, het anarchisme: “freedom, anti-authority and mutual aid” en het feminisme: “liberation, equality and sisterhood”. Zowel in het anarchisme als in het feminisme stonden bevrijding, gelijkheid en solidariteit centraal. Of die idealen ook helemaal in de praktijk zijn gebracht is nog iets anders…

Een vaak geciteerde uitspraak van de anarcha-feministe Lynn Farrow is: “Feminism practices what anarchism preaches.” (Farrow, 2002: 15). Zij heeft het over de omgang en structuren van de feministische collectieven uit de tweede feministische golf. De vrouwen in deze groepen behandelden elkaar als gelijken en vermeden hiërarchische organisatiestructuren. In kleine leiderloze groepen discussieerden ze, wisselden ze ervaringen en kennis uit en planden ze acties.

De anarcha-feministe schrijfster Peggy Kornegger argumenteerde dat
“The current women’s movement [of the 70s] and a radical feminist analysis of society have contributed much to libertarian thought. In fact, it is my contention that feminists have been unconscious anarchists in both theory and practice for years.” (Kornegger, 2002: 26)
Ze merkt op dat de organisatiemethodes van feministes gelijkenissen vertoonden met die van anarchistes:
“The structure of women’s groups bore a striking resemblance to that of the anarchist affinity groups within anarcho-syndicalist unions in Spain, France, and many other countries. Yet, we had not called ourselves anarchists and consciously organised around anarchist principles.” (Kornegger, 2002: 26-27)
Ook een andere anarcha-feministe, Elaine Reeder, kan zich daarin vinden: “It has been said that women often practice Anarchism and do no know it, while some men call themselves Anarchists and do not practice it.” (Reeder geciteerd in Kurin, 2004: 260) Haar kritiek, die ook door andere anarcha-feministes geuit wordt, dat mannelijke anarchisten hun principes niet altijd in de praktijk brengen, daar zal ik in het derde deel meer uitleg over geven.

Voor veel anarchistische feministes zou anarchisme feminisme moeten insluiten en heeft feminisme erg anarchistische eigenschappen. Beide stromingen overlappen elkaar voor een groot deel op ideologisch vlak. Maar als anarchisme en feminisme dan toch zoveel gelijkenissen vertonen, waarom dan niet gewoon “anarchisme” of “feminisme”? Kan de een zonder de ander?

2. Femi zonder Anarcha?
“All feminists work in some way toward the reduction or elimination of male domination, or patriarchy. However, some feminists argue that the solutions of liberal feminism are not enough. These include anarchist feminists, who lend support to liberal feminist initiatives but in their own actions initiate a bottom-up or grass-roots approach.” (Iannello, 1993: 291)
Vanaf de jaren 1980, na de tweede golf, begint de feministische beweging zich te professionaliseren. Organisaties worden bureaucratischer en top-down gestructureerd. Het is niet meer de brede basis van vrouwen en andere gelijkgestemden die op straat komt, maar een relatief kleine groep “professionele feministes” die ijveren voor de rechten van vrouwen binnen de bestaande maatschappelijke structuren. Toch is deze tendens niet volledig; ook grassroots organisaties en collectieven blijven bestaan. Tussen deze autonome basisgroepen zitten ook anarcha-feministes. Zij hechten veel belang aan het zich niet-hiërarchisch organiseren en aan DIY-activisme. Hun ideeën zijn vaak veel verregaander en radicaler dan de eisen die door gelijke kanseninstituten geformuleerd worden en hun actiemethodes eveneens.

Anarcha-feministes vinden de “anarcha” onmisbaar omdat ze duidelijk ijveren voor een radicaal, antiauthoritair en links feminisme. Ze zijn het oneens met andere feministes die meer vrouwen aan de top in kapitalistische bedrijven of vrouwelijke ministers willen. Dat interesseert anarcha-feministes niet, want volgens hen moeten het kapitalisme en de staat (en andere authoritaire instituten) samen met het patriarchaat verdwijnen. Feminisme en kapitalisme gaan niet samen volgens vele anarcha-feministes en andere linkse feministes:
““Feminist” capitalism is a contradiction in terms. […] What we want is neither integration nor a coup d’état which would “transfer power from one set of boys to another set of boys”.” (Kornegger, 2002: 28)
Het meer “gematigd” feminisme – vaak liberaal feminisme genoemd – richtte zich vooral op de verbetering van de situatie van vrouwen binnen het bestaande maatschappelijke systeem, waarin witte middenklasse heterovrouwen uit westerse landen gepriviligeerd worden (en waarin volgens mij nooit een volledig seksisme-vrije samenleving behaald kan worden). Andere vrouwen, queers en transpersonen worden dus te vaak vergeten of genegeerd wat bekritiseerd wordt door zwarte, lesbische, internationale, zuidelijke, trans-, socialistische, anarchistische en andere feministes. Ook radicale feministes voelen er weinig voor om te werken “binnen het systeem”; dat systeem (dat door hen het patriarchaat genoemd wordt) moet net omver geworpen worden. Het kan niet “verbeterd” worden of aangepast worden aan de noden van feministes/vrouwen/queers.
Daarnaast staan anarcha-feministes wantrouwig tegenover de hiërarchisch georganiseerde geïnstitutionaliseerde feministische organisaties. Ze geven de voorkeur aan egalitaire grassroots collectieven zoals die in de tweede golf als wortels uit de grond schoten. Deze kleine collectieven die kunnen samenwerken met elkaar in een netwerk, werken met niet-hiërarchische organisatiestructuren – waarop door sommige feministes ook kritiek is gegeven – en zo trachten ze hun idealen van gelijkheid en zusterschap hier en nu in de praktijk te brengen (bv. iedereen evenveel inspraak, wisselen van leiderschap, gedeelde verantwoordelijkheden, kennis en vaardigheden delen, etc).

Typisch aan anarchistes en anarcha-feministes is dat ze een afkeer hebben van de staat. Binnen het politieke systeem werken om verandering te eisen, zien anarcha-feministes dan ook niet zitten. Ook andere feministes wijzen op de beperkingen en negatieve gevolgen van het kiezen voor deze strategie. De Nederlandse onderzoekster Saskia Poldervaart schrijft:
“Juist doordat feministen zich tot de overheid richten met hun eisen wat betreft gender en etniciteit is het brede bewegingsaspect verloren gegaan. Hierdoor is het (dominante) feminisme geïnstitutionaliseerd geraakt en is er een gebrek aan interesse ontstaan voor protestgroepen waarin ook jonge feministen actief zijn.” (Poldervaart, 2002: 35)
en
“[G]ericht zijn op het overheidsbeleid houdt in dat je kritiek en creatieve feministische alternatieven bij voorbaat moet inperken, met het gevaar dat je hetzelfde jargon gaat spreken als de overheid.” (Poldervaart, 2005: 15)
Gelijke kanseninstituten en officiële antidiscriminatie-initiatieven hebben zeker wel hun nut, maar een echt radicaal feminisme dat een volledige verandering van de maatschappij wil kan onmogelijk die radicale verandering binnen het bestaande systeem bereiken. De anarcha-feministische activiste en schrijfster Emma Goldman (1869-1940) waarschuwde hier al voor:
“The State, every government whatever its form, character or colour – be it absolute or constitutional, monarchy or republic, Fascist, Nazi or Bolshevik – is by its very nature conservative, static, intolerant of change and opposed to it. Whatever changes it undergoes are always the result of pressure exerted upon it, pressure strong enough to compel the ruling powers to submit peaceably or otherwise, generally “otherwise” – that is, by revolution.” (Goldman, 2001: 9)
Wat anarchisme aan feminisme kan toevoegen is een kritische kijk op klasse, kapitalisme en staatsmacht. Dit is nodig omdat veel feministes vandaag de dag zich nogal naïef afhankelijk maken van de staat en binnen het kapitalistische systeem veranderingen teweeg proberen te brengen. Dit kan een begin zijn, maar het is helaas – pindakaas – niet genoeg. Net zoals het patriarchaat niet automatisch zal vallen met het einde van het kapitalisme, is een ander economisch systeem ook hard nodig als we echt alle vrouwen, transpersonen, holebi’s en queers (en andere mensen) willen bevrijden. Daarnaast biedt anarchistische theorie en praktijk een interessante aanvulling op de feministische machtsanalyses en alternatieve organisatiemethodes (want als we onszelf al niet organiseren volgens onze idealen, hoe kunnen we dan verwachten dat de buitenwereld dat gaat doen?).

3. Anarcha zonder Femi?
Je zou kunnen zeggen dat anarchisme sowieso al feministisch is – en dat zou zo inderdaad moeten zijn als de theoretische principes van gelijkheid gevolgd worden – maar in de praktijk is daar soms nog te weinig van te merken. Het blijft nodig dat feministes binnen de anarchistische beweging blijven vechten tegen het seksisme, de homofobie, de vervreemding van vrouwen, de dominantie van (bepaalde) mannen, de traditionele taakverdelingen en het machogedrag die daar aanwezig kunnen zijn.

Anarchistische theoretici en activistes hebben steeds geijverd voor een maatschappij die egalitair gestructureerd is, maar toch ondervonden anarcha-feministes problemen binnen hun anarchistische groepen en gemeenschappen die gelijkaardig waren aan die van socialistische feministes binnen hun linkse kringen. Er is nog relatief weinig ruimte voor de feministische kritieken van anarcha-feministes, antiseksistische strijd en genderkwesties in anarchistische groepen. Deze worden namelijk niet gehoord of als tweederangsproblemen bestempeld die ofwel zullen opgelost worden “na de revolutie” ofwel wordt er aangenomen dat ze automatisch – hocus pocus pas en weg is het patriarchaat – zullen verdwijnen als de anarchistische samenleving een feit is en het kapitalisme verslagen.

De Nederlandse Judith Metz heeft onderzoek gedaan naar het seksisme binnen de – wat zij noemt – “autonome beweging”. Ze heeft verschillende anarchistische vrouwen geïnterviewd en uit hun verhalen kwamen allerlei situaties naar voren in verband met machogedrag, grote bekkencultuur, uitsluiting van vrouwen, homofobische grappen, ongelijke taakverdelingen en een ongelijke status, en andere vormen van seksisme. Andere onderzoeksters komen met gelijkaardige resultaten en ook in anarcha-feministische (maga)zines worden zulke kritieken geleverd. Sommigen van hen noemen deze vorm van macho of seksistisch anarchisme die weinig aandacht heeft voor feministische strijd en uitsluiting van vrouwen, transen, holebi’s en queers “manarchisme”. Maar natuurlijk zijn er ook veel mannen niet gelukkig mee omdat ze zich ook moeten bewijzen met stoer “mannelijk” gedrag en een grote mond. Gelukkig is deze situatie niet in alle anarchistische groepen de realiteit. Mede dankzij anarcha-feministes zijn sommige groepen heel bewust bezig met gender, met feministische actie en met het tegengaan van hiërarchieën binnen de groep.

4. Anarcha plus Femi plus…?
De term anarcha-feminisme is niet bedoeld om nog meer verdeeldheid en versplintering te zaaien. Om nog maar eens Peggy Kornegger te citeren:
“I started making connections between anarchism and radical feminism. […] It seems crucial that we share our visions with one another in order to break down some of the barriers that misunderstanding and splinterism raise between us. Although I call myself anarcha-feminist, this definition can easily include socialism, communism, cultural feminism, lesbian separatism, or any of a dozen other political labels. As Su Negrin writes: “No political umbrella can cover all my needs”. We may have more in common than we think we do.” (Kornegger, 2002: 19)
Voor mij zijn anarchisme en feminisme twee wegen die naar eenzelfde doel leiden: gelijkheid, bevrijding, solidariteit. Maar door de combinatie van beiden worden ze nog versterkt en eventuele tekortkomingen tegengegaan.

Maar het gebruik van beide woorden, anarchisme + feminisme, garandeert nog geen perfecte beweging of samenleving. Het gaat immers niet over de woorden zelf, maar over de inhoud en wat daar mee gedaan wordt. Dus ook binnen anarcha-feministische kringen kunnen dingen mislopen. Er kan machtsmisbruik ontstaan, zelfs in kleine groepen van gelijkdenkende mensen met goede bedoelingen, en ook al staat dit haaks op de theorie en principes van anarcha-feministes. Net zoals in “gewone” anarchistische groepen, kunnen privileges en vooroordelen genegeerd of ontkend worden, terwijl er net aan gewerkt en tegen gevochten moet worden. Soms houdt men zich enkel bezig met strijden tegen de staat en andere authoriteiten of tegen onderdrukking op basis van gender. Zowel in de anarchistische als in de feministische beweging is er nog veel te weinig aandacht voor etniciteit, migratie en de belangen van minderheidsgroepen (zowel binnen de beweging zelf als in de bredere maatschappij). Er worden goedbedoelde pogingen ondernomen om hier iets aan te doen, maar de weg is nog lang. Toch denk ik dat de ideeën en ervaringen van anarchistes en feministes samen ons al een heel eind op weg in de goede richting kunnen helpen.

NOTEN
[1] Ik gebruik de uitgangen “e” en “es” (bij bijvoorbeeld feministe of anarchistes) hier als genderneutraal, dus voor mensen van alle genders. Word er maar aan gewoon! :-p
BIBLIOGRAFIE
Ehrlich, Carol (2002). “Socialism, anarchism and feminism.” Quiet Rumours: an Anarcha-feminist Reader. Ed. Dark Star. Edinburgh, San Francisco: AK Press/Dark Star. 41-50.
Erinyen Collective (2008). “Unmarked Categories and the Question of Power: some Anarcha-feminist Notes.” Erinyen 1.1: 11-13.
Farrow, Lynne (2002). “Feminism as anarchism.” Quiet Rumours: an Anarcha-feminist Reader. Ed. Dark Star. Edinburgh, San Francisco: AK Press/Dark Star. 15-20.
Freeman, Jo (2002). “The Tyranny of Structurelessness.” Quiet Rumours: an Anarcha-feminist Reader. Ed. Dark Star. Edinburgh, San Francisco: AK Press/Dark Star. 54-61.
hooks, bell (2000). Feminist Theory from Margin to Center. Cambrigde: Sound End Press.
Iannello, Kathleen. P. (1993). “A Grassroots Approach to Change: Anarchist Feminism and Nonhierarchical Organization.” Women in Politics: Outsiders or Insiders? A Collection of Readings. Ed. Lois Lovelace Duke. Englewood Cliffs: Prentice Hall, Simon & Schuster. 291-300.
Kolárová, Marta (2004), Gender in Czech anarchist movement, Prague: Subverse. Online at: http://www.csaf.cz/obrazky/gender-czech-anarchism.pdf
Kornegger, Peggy (2002). “Anarchism: the Feminist Connection.” Quiet Rumours: an Anarcha-feminist Reader. Ed. Dark Star. Edinburgh, San Francisco: AK Press/Dark Star. 21-30.
Kurin, Kytha (2004). “Anarcha-Feminism: Why the hyphen?”. Only A Beginning: An Anarchist Anthology. Ed. Allan Antliff. Vancouver: Arsenal Pulp Press. 257-263.
Leeder, Elaine (2004). “Anarcha-Feminism: Moving Together”. Only A Beginning: An Anarchist Anthology. Ed. Allan Antliff. Vancouver: Arsenal Pulp Press. 255-256.
Levine, Cathy (2002). “The Tyranny of Tyranny.” Quiet Rumours: an Anarcha-feminist Reader. Ed. Dark Star. Edinburgh, San Francisco: AK Press/Dark Star. 63-66.
Marianne (2006). “Women and Anarchism.” The Rag 1.1: 13-15.
Metz, Judith (1998). Het Gekraakte Ideaal: Seksisme en Omgangsvormen binnen Radicaal Links. Amsterdam: Ravijn.
Poldervaart, Saskia (2002). “De meerderheid van ‘het andere’: multiculturalisme, feminisme en affiniteitenpolitiek van ‘de’ (protest)beweging” in Tijdschrift voor genderstudies, 3: 34-47.
Poldervaart, Saskia (2005). “Pleidooi voor politieke participatie plús” in Lover, 3: 15.
Poldervaart, Saskia (2006), “The Utopian Politics Of Feminist Alterglobalisation Groups: the Importance of Everyday Life-Politics and Personal Change for Utopian Practices”. Online at: http://www.assr.nl/workingpapers/documents/ASSR-WP0601_000.pdf
Thomas, Jan E. (1999). “‘Everything about us is feminist’. The significance of ideology in organizational change.” Gender & Society, 13, 1: 101-119.
Tufnell Park group, (1972). “Organising ourselves.” The Body Politic: Writings from the women’s liberation movement in Britain 1969-1972. Ed. Michelene Wandor. London: Stage 1. 103-106
Vanderpyl, Jane (2004). Aspiring for Unity and Equality: Dynamics of Conflicts and Change in the ‘by women for women’ service groups, Aotearoa/New Zealand (1970-1999). Online at: http://researchspace.auckland.ac.nz/bitstream/2292/87/8/02whole.pdf
LINKS
Anarcha.org Library: http://www.anarcha.org/sallydarity/index.php en Sallydarity Updates: http://sallydarity.livejournal.com
Nijsten, Nina (2007). Hier en nu: hedendaags anarcha-feminisme en niet-hiërarchisch organiseren. Online op: http://rgcollectief.110mb.com/HierenNuanarchafeministzine.pdf (inclusief lijst van anarcha projecten en groepen in Europa)
No Pretence: http://nopretence.wordpress.com/ (Anarcha-feministische actie in Engeland onlangs, met knap filmpje)
Weber, Lindsay Grace, “On the Edge of All Dichotomies: Anarch@-Feminist Thought, Organization and Action, 1970-1983.” (2009). Honors Theses. Paper 356. http://wesscholar.wesleyan.edu/etd_hon_theses/356/ (heb ik nog niet gelezen, maar klinkt wel superinteressant)
Voor feministische groepen in België (waaronder sommigen die geïnspireerd zijn door het anarchisme): zie tekst over feministische golven
DIY/anarcha-feministische nieuwsbrief reAXIE door het Riot Grrrl Collectief

No comments:

Post a Comment